In memoriam Giel Provoost (1951 – 2009)

Vandaag is 15 jaar geleden dat de onvergetelijke Giel Provoost overleed, om hem te herdenken schreef ik indertijd het hierbij gevoegde IM.

Ze kijkt opnieuw nu langer en smekend naar ons alsof wij hem het leven terug kunnen geven…

Op de heenweg praten Ferry van der Touw en ik druk over hem. De gloednieuwe zwarte XC 60 Volvo  doet ons dan nog niet denken aan onze eigen sterfelijkheid. Pas als we het rouwcentrum hebben verlaten zijn we stil en in gedachten, de blinkende en pijlsnel accelererende bolide heeft zijn aantrekkingskracht volledig voor ons verloren. Ik ril en heb het koud, het lijkt wel of ik griep krijg…

We zijn te vroeg in het rouwcentrum en betreden als eerste de ruimte waar hij ligt opgebaard, we zijn gekomen om afscheid te nemen. Zijn moeder, vrouw, kinderen met aanhang komen binnen. Ze aarzelen alsof ze tegen de emoties van het afscheid en de onverbiddelijkheid van de dood opzien. Ik vraag me af of het wel gepast is dat we bij hen blijven? Uit het vriendelijke knikje van zijn vrouw maak ik op dat onze aanwezigheid op prijs wordt gesteld. Het duurt niet lang of het onderscheid tussen wij en zij bestaat niet meer…

Zijn moeder loopt op de kist af, gaat rechts bij het hoofdeinde staan. Ze legt haar hand op het haar en voorhoofd van haar levenloze zoon. Ze prevelt onverstaanbaar iets voor zich uit, is het een gebed? Ze schokschoudert, de tranen stromen over haar gezicht. Dan kijkt ze omhoog, naar ons en weer terug naar haar zoon. Het is doodstil, geluid van buiten dringt niet meer  tot de rouwruimte door. Pas als ze ziet dat wij ook machteloos staan wendt ze zich wenend en langzaam af.

Het is in het vroege voorjaar ergens aan het begin van de negentiger jaren, we staan aan de start van de donderdagavondcompetitie van onze wielerclub RWC Ahoy te Rotterdam. Halfweg koers hoor ik een zoevend geluid langskomen, op een oversized en wit Van Tuyl-frame, met carbonwielen rijdt hij op een grote versnelling, met een lichte slinger in zijn lijn, met grote snelheid in een keer langs het langgerekte peloton en vliegt zonder te remmen de bocht in. Ongeschoren benen. Opeens staat hij er, als een donderslag bij heldere hemel.

Ik zag hem zo later vele malen, in club-, competitie- en nationale wedstrijden keihard rijden, net zo lang tot hij met een klein groepje overbleef. Het leek of hij zich dan pas verzoende met het feit dat hij niet kon sprinten en zich vrijwel altijd tevreden moest stellen met een 2e of 3e plaats. Nooit ruzie, gescheld of gedoe: altijd vriendelijk, minzaam en soms met een licht spoor van wrevel kwam hij voor en na de koers op je af. Omdat hij met een hoge kromme kattenrug reed noemden ze hem wel ‘de bult’. Het was niet om aan te zien, zo lelijk was hij als renner. Maar door zijn vele schijnbaar heilloze en roekeloze tempoversnellingen nam hij ons helemaal voor zich in. Om mijn bewondering niet onder stoelen of banken te steken schreef ik in ons clubblad een kort anoniem stukje: ‘Aan het wiel van Giel’. Veel later kwam hij er toch achter wie dat geschreven had, hij gaf me een por en knipoogde…

Zijn fiets zag eruit alsof hij er mee door een varkensstal had gereden. Omdat hij zo nonchalant met zijn materiaal omsprong reed hij sneller lek dan wij. Dat was voor hem geen enkel probleem, hij vroeg een nieuw wiel, reed het gat in een keer dicht en soms ook nog hup in een keer naar de kopgroep.

Als bestuurslid van RWC Ahoy was hij ook markant, hij stapte zo na de dinsdagavondkoers van de fiets bij zijn medebestuurders aan tafel, het opgedroogde slijm nog rond de mond, zweet- en zoutplekken in zijn shirt. Nel Hermes vertelde me indertijd: Dat ze het er maar moeilijk mee had dat hij geen lap over zijn kop haalde en zich niet een beetje opfriste. Omdat hij in de eerste plaats een fijn mens en in de tweede plaats een kundig penningmeester was werd hem dit gedrag zondermeer vergeven.

Ik vraag aan zijn vrouw Nadine: ‘Hoe is het gebeurd, hoe is hij gevonden, zagen jullie en Giel het aankomen?’ Volledig zijn ze, allemaal, door de kracht van de plotselinge en wrede dood overvallen.

Nooit meer aan het wiel van Giel.

Een pracht kerel, uit een stuk, zo herinner ik me hem en zo wil ik me hem blijven herinneren, voor altijd.

Dat de engelen hem mogen vergezellen tijdens zijn reis door de eeuwigheid.

Tijdens een lichte hersteltraining overleed Giel Provoost op 5 april 2009 aan een hartstilstand, hij werd gecremeerd op Goede Vrijdag 10 april. Hij is 58 jaar geworden.

© Bram Zoon (2009)

 

Over Bram Zoon

Bram Zoon komt uit een gezin van zeven jongens en een meisje. Hij studeerde bedrijfs- en organisatiekunde in Rotterdam (EUR) en Utrecht (Master of Management Change). In december 2010 debuteerde Zoon met Gloed van Liefde, een egodocument. Twee jaar later volgden Egbert Reitsma: architect en kunstschilder en Hemelsplein, een novelle over de zoektocht naar waarheid van econoom Jacob Walbeek. Maart 2014 verscheen De rots van Calpe, waarvan nog datzelfde jaar een tweede druk verscheen. In datzelfde jaar werd Glow of Love bij America Star Books gepubliceerd. In juni 2015 kwam De illusie van de zelfbepaling uit, een bundeling van filosofische essays; prof. dr. Frans Jacobs schreef het voorwoord. Onlangs (september, 2018) kwam de novelle Villa Minerva - Kroniek van een dagboekschrijver, uit bij Brave New Books. Maart 2020 verscheen het essay Kabinet van Heidegger.