Categoriearchief: Weblog

Zuiverheid van geest als roeping en opgave

In absolute termen bestaat ‘zuiverheid van geest’ niet. Wij kunnen ons niet of nauwelijks losmaken van onze begeerten, onverstand en driften. Die ‘ongemakken’ horen onvermijdelijk bij ons en maken dit bestaan onvolkomen én onbevredigend. Is zuiverheid van geest daarom een zinloos zoeken, omdat het toch niet gevonden kan worden? Ondanks dit gegeven zie ik zuiverheid als een ‘opgave’, als iets ‘nastrevenswaardig’. Iets waar ik tegen alle logica in tóch naar uitzie en verlang. Zuiverheid van geest moet geen doel op zich worden. Het is geen nieuw soort van ascetisme of onthouding van zinnelijke genoegens, daar heeft het niets mee van doen. Er is eerder sprake van een ‘nietanderskunnen’. Het is een innerlijke autonome kracht of noodzaak die, zonder dwang, om navolging vraagt. Daarom spreek ik, naast opgave’, liever van het wat ouderwets klinkende ‘roeping’.

Lees verder en klik aan: https://www.bramzoon.com/wp-content/uploads/2021/07/Zuiverheid-van-geest-als-roeping-en-als-opgave-Bram-Zoon.pdf

Geworpen in de wereld

‘Een klassieker in de Nederlandse filosofie’ lees ik op de achterflap. Een tijdje heb ik nu in Heidegger, Denken en danken, Geven en zijn gelezen en gebladerd, maar halverwege ben ik gestopt. Het is tijd voor een adempauze; later zal blijken dat er geruime tijd overheen gaat voor ik het weer ter hand neem.[1]

Martin Heidegger! Een filosoof met een zeldzame denkkracht en unieke wijsheid, iemand die al geruime tijd een bijzondere aantrekkingskracht op me uitoefent. Het vermoeden dat deze niet onomstreden denker een van de oorspronkelijkste filosofen van de twintigste eeuw is, heeft zich dan – in weerwil van publicaties over zijn sympathieën – van me meester gemaakt. Zijn raadselachtige, duistere taal en glasheldere betoogtrant hebben me vanaf het moment dat ik IJsselings boek ter zijde leg niet meer losgelaten.

[1] Samuel IJsseling – Heidegger: Denken en danken. Geven en zijn, 2015.

Klik aan en lees verder: https://www.bramzoon.com/wp-content/uploads/2021/06/1.-Geworpen-in-de-wereld-Bram-Zoon-startnotitie-juli-2017.pdf

Giorgio Agamben’ Homo Sacer

Mijn ervaringen met het lezen van Homo Sacer zijn schokkend, in het bijzonder deel 3 Het kamp als biopolitiek paradigma van de moderne tijd hebben een diepe indruk op mij gemaakt.[1] Wat wil Agamben ons eigenlijk zeggen en waarom is dat zo confronterend? Ik citeer: ‘Wat zich in de [concentratie]kampen heeft afgespeeld, overstijgt zozeer het juridische begrip van misdaad dat men vaak maar heeft nagelaten de specifieke rechtspolitieke structuur te onderzoeken waarbinnen die gebeurtenissen zich hebben voorgedaan.’ Agamben stelt een radicaal andere benadering voor: ‘[…] In plaats van de definitie van het kamp af te leiden uit de gebeurtenissen die er hebben plaatsgevonden, stelt hij: wat is een kamp, wat is de rechtspolitieke structuur op basis waarvan zulke gebeurtenissen konden plaatsvinden? Dit betekent dat we het kamp […] benaderen […] als de verborgen matrix, de nomos van de politieke ruimte waarin wij [ook nu] nog leven.’[2]  Dat doet hij om een sacralisering van het kamp te voorkomen waardoor we geen lering kunnen trekken uit wat er is gebeurd; we leiden dan zonder dat we het weten aan collectieve verdringing.

Om mijn verwarring nu enigszins te duiden en te verwerken heb ik me voorgenomen om hier iets over te schrijven, dat kan de mist van mijn confusie enigszins doen optrekken en kan ik er wellicht beter recht aan doen? We zullen zien.

Startvraag:

Laat ik dan maar meteen beginnen met een schot voor de boeg. Ik heb de indruk dat Agamben in confrontatie met het hier bedoelde hoofdstuk een vermoeden in ons wil wekken, op een wijze dat we ons kunnen losmaken uit oude manieren van kijken en dat we deelgenoot kunnen worden aan een mogelijk nieuwe werkelijkheid. Is een dergelijke belofte juist en welke rol spelen hierbij Agamben’ filosofische archeologie en profanaties? En verder: is die toezegging wellicht metafysisch van aard, of schept zij enkel voorwaarden voor die andere beleving van de werkelijkheid?

© Bram Zoon (2021)

[1] Giorgio Agamben – Homo Sacer, 2020, met een voorwoord van Gert-Jan van der Heiden.

[2] Pag. 210.

Argeloos verstaan en intentioneel ontmoeten

We zijn vrije mensen, individuen die zichzelf de wet stellen. We eigenen ons waarden toe die we als vanzelfsprekend en het meest wenselijk beschouwen. Afgescheiden, autonome mensen zijn we. Daarnaast en tegelijkertijd zijn we verbonden met elkaar, geplaatst in een samenlevingsverband. Als onderdeel van een groter geheel moeten we ons leren schikken en aanpassen aan de omgeving waar we – of we nu willen of niet – deel van uitmaken. We zijn sociale wezens in een publieke context. Vanuit dit laatste perspectief gezien: ‘[…] kan hij [de mens] worden wie hij is maar op voorwaarden die hij zelf niet kan bepalen.’ (Ger Groot, 2004)

In dit essay wil ik het spectrum van ons afgescheiden en verbonden zijn verkennen. Wat zijn de consequenties van beide perspectieven voor ons dagelijks leven? Ik zal onder meer stilstaan bij het zoeken en aanhouden van het ‘juiste midden’, met het nadrukkelijke oogmerk om het beste – via argeloos verstaan en intentioneel ontmoeten – uit onszelf en elkaar te halen. Deze uiteenzetting begin ik met een beschrijving van de gehanteerde begrippen.[1]

 Lees verder, klik aan: Argeloos verstaan en intentioneel ontmoeten

[1] Verscheen eerder in Bram Zoon – De illusie van de zelfbepaling, 2015, pag 190 – 200.

Inkijkexemplaar Kabinet van Heidegger

Dit Kabinet van Heidegger is de zinnebeeldige voorstelling van mijn onderzoek naar het denken van en het zijnsverstaan bij Heidegger. In deze kast liggen de tastbare resultaten netjes gegroepeerd en opgeslagen van mijn belevenissen met deze filosoof. Het gaat hier onder meer om de boeken en tijdschriften die ik heb aangeschaft en gelezen en om de meerdere voorlopers van dit verslag. Mijn inzet om dit materiaal ordelijk te presenteren is bedrieglijk omdat het een veel bewogen en verwarrende periode – weliswaar met een duidelijk begin en einde – maskeert waarin ik in het gezelschap van deze denker ben geweest.

Lees verder klik aan:  Inkijkexemplaar Kabinet van Heidegger

What do you want to do ?

New mail

Zijnsverstaan bij Heidegger, Schopenhauer en Borges

Martin Heidegger hecht een gering belang aan onze individualiteit. Hij laat niet na om keer op keer de overtuiging te bestrijden dat wij onszelf en onze toekomst naar onze hand zouden kunnen zetten. Maar hij legt bij mijn weten niet uit waaróm we dat niet kunnen. Of, anders gezegd, waarom is onze persoonlijkheid eigenlijk zo onbeduidend en waarom frustreert ze onze pogingen om tot zijnsverstaan te komen? Daar wil ik nu verder op ingaan. Ik ga daarbij te rade bij Arthur Schopenhauer en Jorge Luis Borges.[1]

Ten slotte wil ik dan aandacht besteden aan de zijnservaring als zodanig, iets dat we bij Heidegger alleen in indirecte zin aantreffen en waar ik hier aandacht voor wil vragen. In ontische zin valt er wel degelijk iets over de zijnservaring te zeggen. Heidegger, de denker, roept dichters te hulp om ervan te spreken. Borges, de dichter én denker, roept bijvoorbeeld Schopenhauer te hulp, hij geeft uitdrukking aan de wijze waarop de zijnservaring aan hem verschijnt. Hij vertolkt daarmee iets dat min of meer ontbreekt in Heideggers filosofie.

Lees verder, klik aan:Zijnsverstaan bij Heidegger, Schopenhauer en Borges

[1] Een onderdeel genomen uit mijn essay Kabinet van Heidegger (2020), pag. 68 – 73.

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

Heruitgave Hemelsplein

Jacob Walbeek is een man die na zijn wielercarrière economie gaat studeren. Hij klimt op tot hoofd van het Economisch Bureau in een grote zakenbank. Wanneer hij als jonge vijftiger op het hoogtepunt van zijn loopbaan is aangeland krijgt hij een zware mentale inzinking. Hij ervaart een alles overheersend gevoel van leegte, iets dat hij niet kan verklaren. Het is een stemming die zijn gevoelsleven verdooft en die hem van zichzelf en de buitenwereld afsluit. Zonder dat hij het weet is hij tegelijkertijd cipier en gevangene van een kleurloze, lege en matte wereld geworden. Hij wordt ziek en kan uiteindelijk niet meer werken. Dan in een onverwacht moment neemt Walbeek het besluit om uit te zoeken wat er speelt en met hem aan de hand is. Met dit gegeven begint het verhaal van Bram Zoons nieuwe boek ‘over een man die naar waarheid zoekt.’

Dit boek bestaat uit drie delen en negen hoofdstukken.

In het eerste deel kijkt Walbeek via een aantal flashbacks terug op zijn leven. Naast zijn fascinatie voor wielrennen ontstaat tijdens een logeerpartij bij zijn lievelingstante de belangstelling voor muziek. Als zij overlijdt begint hij te vermoeden wat de achtergrond is van zijn stemmingsverandering.

In het tweede deel wordt Jacob verliefd op Lea. Ze gaan samenwonen en lopen op tegen onverwerkte aspecten uit hun verleden. Een bezoek aan het planetarium van Eise Eisinga in Franeker levert onverwachte nieuwe inzichten op. Juist op dat kruispuntmoment wordt Jacob ziek. In de herstelperiode die hierop volgt komt hij tot een zelfonderzoek. Daarbij speelt een overleden jeugdliefde en een plaquette die hij ooit van zijn moeder kreeg een belangrijke rol.

In het derde deel van het boek gaan Jacob en Lea op reis. Door een samenloop van toevalligheden tijdens een ziekenhuisopname, waarbij een beroemde Bach cantate van grote invloed is, vloeit alles ineen. Walbeek komt tenslotte tot de gezochte zuivering van zijn ziel en leven.

Jacob Walbeek is iemand die vanuit zijn vroege jeugd weinig controle heeft over zich zelf en zijn stemmingen. Ter compensatie ontwikkelt hij een houding waarin hij alles met zijn geestkracht beheerst. In het sportfietsen, dan in zijn studie, zijn leven. Hij gaat hierin zo ver dat hij in zijn werk met behulp van econometrische modellen voorspellingen kan doen over hoe zich de rente zal gaan ontwikkelen.

In plaats van zich zelf te leren vergeten [het motto van dit boek] verdringt hij zich zelf. Langs een omweg komt hij er achter dat niet hij, maar toeval en onwetendheid beslissender zijn dan zijn eigen hoogmoed. Jacobs zoeken naar waarheid en leven lopen naar mate het verhaal zich ontvouwt onlosmakelijk door elkaar. Hij leert dat hij in zijn zoeken traag en omzichtig te werk moet gaan én dat hij plaats moet maken voor de plotselinge onverklaarbare opwellingen in zijn leven.

Heruitgave Hemelsplein (2)

Heruitgave Hemelsplein, november 2020. ISBN: 9789464180893. Uitgever: Brave New Books. Prijs 14,91. Hemelsplein kan besteld worden via alle bij het Centraal Boekhuis aangesloten Nederlandse en Vlaamse boekwinkels (incl. bol.com).

Eerste druk, juli 2012.

 

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

Als de taal met ons op de loop gaat

Onlangs viel mijn oog opnieuw op een bijzondere tekst met de veelzeggende titel Leven zonder hoop of vrees. Het is al weer enige tijd geleden dat ik dit essay heb gedownload. Het moet ergens in 2014 zijn geweest, daarin roept de auteur Martin Stokhof de vraag op: ‘hoe we hebben te leven volgens Ludwig Wittgenstein?’ Of wat is het goede leven, volgens Wittgenstein? De titel suggereert al enigszins hoe dit er volgens deze filosoof uit zou kunnen (of moeten) zien. Ik citeer Stokhof opnieuw: ‘men leeft het goede leven als men alles wat er in het leven gebeurt, alles wat iemand daarin kan overkomen, tegemoet treedt zonder te hechten aan een bepaalde gang van zaken, een bepaalde uitkomst.’ Het gaat hierbij niet zozeer om een biografische verklaring als wel om ‘de uitkomst van een systematisch proces van filosofische reflectie op de aard van het goede, de (on)mogelijkheid van ethiek, de rol van de taal.’

In 2014 heb ik een poging gewaagd om ‘de rode draad in Ludwig Wittgensteins werk’ op te sporen, of dat is gelukt moeten anderen maar beoordelen. Aan de hand van zijn twee hoofdwerken, Tractatus logico-philosophicus en zijn latere Filosofische onderzoekingen, probeer ik in dit essay de rode draad in Wittgensteins denken op te sporen en te verhelderen, daarin spelen de thema’s (ethiek en taal) een rol. Daarbij heb ik o.a. veel gehad aan het bewuste essay van Stokhof.[1]

Ga voor mijn tekst naar: https://www.bramzoon.com/wp-content/uploads/2020/08/Bram-Zoon-Als-de-taal-met-ons-op-de-loop-gaat.pdf Deze tekst werd gepubliceerd in De illusie van de zelfbepaling, 2015.

[1] Het gaat hier om een publicatie via Academia, een internetplatform. Het essay verscheen eveneens in Filosofie, november 2010.

Zicht- en onzichtbaar

In het werk van Bram Zoon speelt een centraal thema een belangrijke rol. Het is de betekenis van de zichtbare en de onzichtbare wereld voor zijn personages. Al meteen in zijn debuut Gloed van liefde en in zijn latere boeken en essays is deze fascinatie voor de verhouding tussen beide sferen waarneem- en tastbaar.

Deze daad vormt een belangrijke verklaring voor het feit dat de filosoof Martin Heidegger (1889 – 1976) in zijn belangstelling staat. Omdat deze een bijzonder licht heeft geworpen op de verhouding en betekenis van beide werelden door middel van ons erzijn. In het essay Kabinet van Heidegger doet hij verslag van zijn onderzoek naar het zijnsverstaan en het denken van deze denker.

Het veel gehoorde vooroordeel tegenover Heidegger is dat zijn werk ondoorgrondelijk is. Zoon accepteert dit denkbeeld én wijst haar tegelijkertijd af. Aan de hand van een drieledige aanvangsvraagstelling licht hij dit nader toe.

Enkele van zijn conclusies luiden: dat het zijnsverstaan ons voor een lastige dubbelzinnigheid plaatst. Dit dilemma houdt in dat ons niet alleen de woorden maar ook de grammatica ontbreken om tot het zijnsmysterie door te dringen. Zolang wij onszelf centraal blijven stellen zullen we niet geneigd zijn om ons op het zijn te oriënteren. Zijn slotconclusie luidt dat Heidegger niet zo zeer onbegrijpelijk is, maar dat wij het zelf zijn die de weg in het levenslabyrint zijn kwijtgeraakt.

54 x 14

Ik lig in bed en kan de slaap niet vatten. De display van de Sony wekker geeft 02.45 uur aan, het is maandag 15 november 1999. Ik heb nog steeds geen oog dicht gedaan, straks moet ik er om 07.30 uur uit. Ik lig nog na te genieten van mijn fraaie overwinning. Ik heb zoveel van mijn lichaam gevergd dat het nu nóg niet tot rust is gekomen. Ik wilde ervoor sterven, maar het was allemaal niet nodig, zo goed was ik. Ik ben innerlijk kalm, het lijkt alsof ik in een film speel en alles zomaar aan me voorbijgaat. Ik kijk naar wat er is gebeurd die zondagmiddag, ik sta er schijnbaar buiten, neem er niet aan deel, maar niets is echter minder waar: ik onderga alles opnieuw met een heldere en zuivere geest, geen detail ontgaat me. Lees verder: https://www.bramzoon.com/wp-content/uploads/2020/04/Bram-Zoon-54-x-14.pdf