Zicht- en onzichtbare wereld

In het werk van bijna iedere schrijver, publicist en denker speelt een centraal thema een belangrijke rol. Bij Bram Zoon is dat naast het onzegbare de betekenis van de zichtbare en de onzichtbare wereld voor zijn personages. Al meteen in zijn debuut Gloed van liefde en in zijn latere boeken en essays is deze fascinatie voor de verhouding tussen beide sferen waarneem- en tastbaar.

Deze daad vormt een belangrijke verklaring voor het feit dat de filosoof Martin Heidegger (1889 – 1976) in zijn belangstelling staat. Omdat deze een bijzonder licht heeft geworpen op de verhouding en betekenis van beide werelden door ons erzijn. In het essay Kabinet van Heidegger doet Zoon verslag van zijn onderzoek naar het zijnsverstaan en het denken van deze filosoof.

Het veel gehoorde vooroordeel tegenover Heidegger is dat zijn werk ondoorgrondelijk is. Zoon accepteert dit denkbeeld én wijst haar tegelijkertijd af. Aan de hand van een drieledige aanvangsvraagstelling licht hij dit nader toe.

Enkele van zijn conclusies luiden: dat het zijnsverstaan ons voor een lastige dubbelzinnigheid plaatst. Dit dilemma houdt in dat ons niet alleen de woorden maar ook de grammatica ontbreken om tot het zijnsmysterie door te dringen. Zolang wij onszelf centraal blijven stellen zullen we niet geneigd zijn om ons op het zijn te oriënteren. Zijn slotconclusie luidt dat Heidegger niet zo zeer onbegrijpelijk is, maar dat wij het zelf zijn die de weg in het levenslabyrint zijn kwijtgeraakt.