Villa Minerva

Het nieuwe boek van Bram Zoon

Bram Zoon schrijft verhalen, novelles en essays over uiteenlopende filosofische onderwerpen. Zoon komt uit een gezin van zeven jongens en een meisje. Hij studeerde bedrijfs- en organisatiekunde in Rotterdam (EUR) en Utrecht (Master of Management Change). In december 2010 debuteerde Zoon met Gloed van Liefde, een egodocument. Twee jaar later volgden Egbert Reitsma: architect en kunstschilder en Hemelsplein, een novelle over de zoektocht naar waarheid van econoom Jacob Walbeek. In 2014 verscheen De rots van Calpe, waarvan nog datzelfde jaar een tweede druk verscheen. In juni 2015 kwam De illusie van de zelfbepaling uit, een bundeling van filosofische essays; prof. dr. Frans Jacobs schreef het voorwoord.

De titel van zijn nieuwe boek, een novelle (van 33000 woorden), is: ‘Villa Minerva’. Sub- of ondertitel is: ‘Kroniek van een dagboekschrijver’.

De gevierde architect Timo Ketelaar belt zijn boezemvriend Heimert Trouwborst en wil dat deze onmiddellijk komt. Timo heeft namelijk te horen gekregen dat hij ongeneeslijk ziek is en vraagt zijn beste vriend of hij zijn dagboekaantekeningen wil bewerken, bundelen en publiceren. De twee mannen zijn tot vlak voor het overlijden van Timo samen bezig om de beschouwelijke fragmenten te herschrijven en te rangschikken. Plaats van handeling is Villa Minerva, door hen ook wel ‘landhuis van de geest’ genoemd.

Over die aantekeningen zegt Ketelaar: ‘Er is iets in die notities dat ik al jaren met me meesleep. Dat wil ik aan het daglicht blootstellen, aandachtig bekijken en dan na enige tijd beoordelen in hoeverre het waarachtig en betrouwbaar is. Het is een kwestie die tegenstrijdige gedachten en gevoelens in me heeft achtergelaten. Het is iets dat me na al die jaren, zelfs nu nog, bezighoudt en afremt. Zal ik er ooit achter komen wat dat is? En als ik het eenmaal weet, zal het dan als een noodlot in me rond blijven spoken? Of brengt dat besef me juist rust en kalmte?’

Timo staat voor een oud en menselijk probleem dat hem steeds weer in verwarring brengt. Dat vraagstuk kan als volgt gekarakteriseerd worden: we kunnen van een afstand naar onszelf kijken, maar we kunnen onszelf niet loslaten. Het ‘kennende’ en het ‘wetende’ zijn twee elkaar tegensprekende helften binnen één groter – onbepaald – geheel. Het oog kan alles zien, maar niet zichzelf; net als de hand, die alles kan loslaten behalve zichzelf. Aan deze tegenspraak ontkomt niemand en dit geldt vanzelfsprekend ook voor Timo. Deze kwestie van de onoplosbare dualiteiten vormt de rode draad in de dagboeken.

De kwestie dompelt Ketelaar in een hevige gemoedsstrijd die nog versterkt wordt door spanningen tussen hem en Emma, zijn – overspelige – tweede vrouw. Deze spanningen hangen samen met de aanwezigheid van kinderen uit zijn eerste huwelijk en de manier waarop hij zijn nalatenschap wil regelen. Nadat het fatale longcarcinoom bij Timo wordt ontdekt, ziet hij echter kans om zich als door een mirakel te ontdoen van de onontwarbare tegenstrijdigheden die hem levenslang kwelden.

Wanneer Emma en Heimert na het overlijden van Timo Ketelaar besluiten om samen de definitieve uitgave van de kroniek voor te bereiden, plaatst hen dat voor onvoorziene problemen. Door het wegvallen van Ketelaar ontstaat een vacuüm en al snel blijken jaloezie en wantrouwen vrij spel te krijgen. Heimert heeft onbedoeld krachten opgeroepen die zijn ondergang lijken in te leiden. Hij komt tot een pijnlijke ontdekking op zijn hotelkamer, waar alles kort en klein is geslagen en beklad, terwijl de computer en de bestanden van het dagboek zijn verdwenen.

Wie is hier verantwoordelijk voor? Wie wil Heimert in diskrediet brengen en de publicatie van Timo’s nagelaten geschriften verhinderen? Hoe de personages omgaan met de obstakels op hun weg vormt een centraal thema in de tweede laag van deze novelle, waarin verhaald wordt hoe de uitgave van het dagboek tot stand komt. In de wijze waarop de hoofdpersonen de autobiografische teksten van Timo Ketelaar opvatten en interpreteren, wordt een rijk en geschakeerd beeld geschetst van hun karakters en onderlinge verhoudingen.

©Bram Zoon (2017)

Bewaren

Over Bram Zoon

Bram Zoon komt uit een gezin van zeven jongens en een meisje. Hij studeerde bedrijfs- en organisatiekunde in Rotterdam (EUR) en Utrecht (Master of Management Change). In december 2010 debuteerde Zoon met Gloed van Liefde, een egodocument. Twee jaar later volgden Egbert Reitsma: architect en kunstschilder en Hemelsplein, een novelle over de zoektocht naar waarheid van econoom Jacob Walbeek. Maart 2014 verscheen De rots van Calpe, waarvan nog datzelfde jaar een tweede druk verscheen. In datzelfde jaar werd Glow of Love bij America Star Books gepubliceerd. In juni 2015 kwam De illusie van de zelfbepaling uit, een bundeling van filosofische essays; prof. dr. Frans Jacobs schreef het voorwoord. Onlangs (september, 2018) kwam de novelle Villa Minerva - Kroniek van een dagboekschrijver, uit bij Brave New Books. Maart 2020 verscheen het essay Kabinet van Heidegger.